Ontslag 2

Recent werd een wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, die wijzigingen aanbrengt aan de opzeggingstermijn bij een ontslag uitgaande van de werknemer en werkgever. We bekijken eerst de veranderingen uitgaande van de werknemer.

Huidige regeling: twee-stappenregel

N.a.v. de wet eenheidsstatuut werden sedert 1 januari 2014 nieuwe opzeggingstermijnen ingevoerd in de arbeidsovereenkomstenwet.

In deze wet is er voorzien in een overgangsregeling, namelijk de twee-stappenregel, voor arbeidsovereenkomsten aangevangen vóór 1 januari 2014:

  • STAP 1: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven op 31 december 2013;
  • STAP 2: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014.


Nieuwe wet: schrapping twee-stappenregel

De nieuwe wet schrapt deze twee-stappenregel bij een ontslag uitgaande van de werknemer. De werknemer zal dus enkel de nieuwe opzeggingstermijnen moeten naleven, zoals opgenomen in artikel 37 van de arbeidsovereenkomstenwet:

Anciënniteit werknemer bij ingang opzegtermijn

Opzeg door de werknemer

< 3 maanden

1 week

3 tot < 4 maanden

2 weken

4 tot < 5 maanden

2 weken

5 tot < 6 maanden

2 weken

6 tot < 9 maanden

3 weken

9 tot < 12 maanden

3 weken

12 tot < 15 maanden

4 weken

15 tot < 18 maanden

4 weken

18 tot < 21 maanden

5 weken

21 tot < 24 maanden

5 weken

2 tot < 3 jaar

6 weken

3 tot < 4 jaar

6 weken

4 tot < 5 jaar

7 weken

5 tot < 6 jaar

9 weken

6 tot < 7 jaar

10 weken

7 tot < 8 jaar

12 weken

vanaf 8 jaar

13 weken

Zowel voor arbeiders als bedienden geldt er dus, bij een ontslag uitgaand van de werknemer, een maximale opzeggingstermijn van 13 weken.

Naast de wijziging van de opzeggingstermijn bij een beëindiging door de werknemer, wordt ook de opzeggingstermijn van hogere bedienden bij een ontslag uitgaande van de werkgever gewijzigd.

Huidige regeling: jaarloon bedienden

In de wet eenheidsstatuut is er voorzien in een overgangsregeling voor arbeidsovereenkomsten aangevangen vóór 1 januari 2014. Deze overgangsregeling maakt een onderscheid tussen hogere bedienden en lagere bedienden:

  • STAP 1: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven op 31 december 2013, waarbij het jaarloon moet vergeleken worden met de grenzen van € 32.254 en € 64.508:
  • bepaalde opzeggingstermijnen bij een jaarloon op 31 december 2013 tot en met € 32.254;
  • bepaalde opzeggingstermijnen bij een jaarloon op 31 december 2013 tussen € 32.254 en € 64.508;
  • bepaalde opzeggingstermijnen bij een jaarloon op 31 december 2013 vanaf € 64.508;
  • STAP 2: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014.

Het Grondwettelijk Hof is echter van mening dat het onderscheid tussen lagere en hogere bedienden in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

Nieuwe wet: schrapping afwijkende regels hogere bedienden

De nieuwe wet schrapt dus het bovenstaande onderscheid tussen lagere en hogere bedienden, d.w.z.:

  • STAP 1: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven op 31 december 2013, gebeurt voor alle bedienden o.b.v. de volgende tabel:

Anciënniteit werknemer op 31 december 2013

Opzeg door de werkgever

Opzeg door de bediende

≤ 5 jaar

3 maanden

1,5 maand

> 5 tot ≤ 10 jaar

6 maanden

3 maanden

> 10 tot ≤ 15 jaar

9 maanden

3 maanden

> 15 tot ≤ 20 jaar

12 maanden

3 maanden

> 20 tot ≤ 25 jaar

15 maanden

3 maanden

> 25 jaar

3 bijkomende maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit

3 maanden

  • STAP 2: berekening opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014.


De nieuwe wet treedt in werking 6 maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, namelijk op 28 oktober 2023.

De ontslagen vóór de inwerkingtreding van deze wet, blijven al hun gevolgen behouden.

Bron: Wet van 20 maart 2023 tot wijziging van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carensdag en begeleidende maatregelen voor wat de aanpassing van de wettelijke maximale opzeggingstermijnen in het geval van opzegging door de werknemer betreft, BS 28 april 2023.