Euro Ibrahim Rifath Oap Hds2Y Egq Unsplash 08062026

Gepubliceerd op 08/06/2026

Op 1 juni 2026 werd de wet betreffende de zogenaamde centenindex gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Daarmee is bevestigd dat de maatregel in werking treedt vanaf 1 juni 2026.

Regelgeving

De nieuwe regelgeving heeft gevolgen voor zowel de loonindexering als de werkgeverskosten:

• Enerzijds wordt de automatische indexering van lonen boven € 4.000 bruto per maand tijdelijk beperkt. Deze beperking wordt twee keer toegepast: een eerste keer vanaf de eerste indexering na 1 juni 2026 en een tweede keer vanaf de eerste indexering na 1 januari 2028.

Voor lonen tot en met € 4.000 bruto verandert er niets en blijft de normale indexering volledig behouden. Het grensbedrag van € 4.000 zal tijdens de tweede matigingscyclus in 2028 hoger liggen omdat het gekoppeld is aan de index.

• Anderzijds voert de wet een bijkomende patronale loonmatigingsbijdrage in. Werkgevers zullen namelijk een deel van het financiële voordeel dat voortvloeit uit de beperkte indexering moeten afdragen aan de RSZ. Concreet gaat het om de helft van de gerealiseerde besparing.

De wet bestaat dus uit twee afzonderlijke onderdelen:

Afbeelding2

Vast basisloon

Om de grens van € 4.000 te bepalen, wordt enkel het bruto maandelijks vast baremiek of contractueel basisloon, onafhankelijk van prestaties of uren, op voltijdse basis in aanmerking genomen. Dit is het referteloon.

Het vast basisloon omvat bijvoorbeeld niet het overloon, maaltijdcheques, ecocheques, eindejaarspremies, winstpremies, prestatiebonussen, toeslagen voor nacht- of weekendarbeid, etc.

Het referteloon van deeltijdse werknemers wordt bereikt door het deeltijds loon overeenkomstig de tewerkstellingsbreuk om te rekenen naar een voltijds loon.

Voor werknemers van wie het basisloon wordt uitgedrukt als uurloon, wordt het referteloon bereikt door het uurloon te vermenigvuldigen met de voltijdse wekelijkse arbeidsduur voor de functie, vermenigvuldigd met 13 en gedeeld door 3.

Impact

Hoewel de wet vanaf 1 juni 2026 in werking treedt, zal de impact niet in alle sectoren onmiddellijk zichtbaar zijn. De maatregel speelt immers pas wanneer een effectieve loonindexering plaatsvindt. Afhankelijk van het indexeringsmechanisme binnen de sector kan dit al vanaf juni 2026 zijn, maar in sommige sectoren pas in de loop van 2027 (bijv. in PC 200).

In juni 2026 zal deze centenindex merkbaar zijn in onder meer PC 102.xx (arbeiders in de groevensector), PC 106.01 (arbeiders cementfabrieken), PC 211 (arbeiders in petroleumnijverheid en -handel), PC 314 (werknemers kappersbedrijf en schoonheidszorgen), PC 321 (werknemers groothandel en verdeling geneesmiddelen) en PC 326 (werknemers gas- en elektriciteitsbedrijven).

Bijkomende RSZ-bijdrage voor werkgevers

Wanneer de centenindex effectief wordt toegepast, zal de werkgever een bijkomende patronale loonmatigingsbijdrage verschuldigd zijn. Hij zal dus een deel van het bespaarde bedrag moeten doorstorten aan de overheid.

De berekening gebeurt volgens wettelijke formules en zal in verschillende fases en vormen automatisch worden verwerkt:

  • Een bijzondere loonmatigingsbijdrage, tijdens de eerste en de tweede matigingsperiode;
  • Een voorlopige geconsolideerde loonmatigingsbijdrage, zodra het matigingseffect van 2% de eerste maal bereikt is;
  • Een definitieve geconsolideerde loonmatigingsbijdrage, zodra het matigingseffect van 2% een tweede maal bereikt is.

De bijzondere loonmatigingsbijdrage wordt door de RSZ samen met de bijdragen voor het betreffende kwartaal geïnd.

Impact op sociale uitkeringen en pensioenen

De maatregel heeft niet alleen gevolgen voor lonen, maar ook voor bepaalde sociale uitkeringen en pensioenen.

Voor sociale uitkeringen geldt een grens van € 2.000 bruto.

Ook deze beperking zal tweemaal worden toegepast:

  • bij de eerste indexering na 1 juni 2026;
  • bij de eerste indexering na 31 december 2027.


Bron: Programmawet van 30 mei 2026, BS 1 juni 2026.

Meer nieuws