De centenindex is er: wat betekent dit voor jouw onderneming?

Gepubliceerd op 08/06/2026
Er is veel over te doen geweest de laatste maanden en uiteindelijk is het er toch van gekomen : sinds 1 juni 2026 is de centenindex een feit.
Regelgeving
De centenindex heeft voor zowel de loonindexering als de werkgeverskosten gevolgen:
• Voor de werknemers wordt de automatische indexering van lonen boven € 4.000 bruto per maand tijdelijk beperkt. Deze beperking wordt twee keer toegepast: een eerste keer vanaf de eerste indexering na 1 juni 2026 en een tweede keer vanaf de eerste indexering na 1 januari 2028.
Voor lonen tot en met € 4.000 bruto verandert er niets en blijft de normale indexering volledig behouden. Het grensbedrag van € 4.000 zal tijdens de tweede matigingscyclus in 2028 hoger liggen omdat het gekoppeld is aan de index.
• De Werkgevers zullen een deel van het financiële voordeel dat voortvloeit uit de beperkte indexering moeten afdragen aan de RSZ. Concreet gaat het om de helft van de gerealiseerde besparing.
De wet bestaat dus uit twee afzonderlijke onderdelen:

1 Indexatie met aftopping voor hogere lonen
Vast basisloon
Om de grens van € 4.000 te bepalen, wordt enkel het bruto maandelijks vast baremiek of contractueel basisloon, onafhankelijk van prestaties of uren, op voltijdse basis in aanmerking genomen. Dit is het referteloon.
Het vast basisloon omvat bijvoorbeeld niet het overloon, maaltijdcheques, ecocheques, eindejaarspremies, winstpremies, prestatiebonussen, toeslagen voor nacht- of weekendarbeid, etc.
Het referteloon van deeltijdse werknemers wordt bereikt door het deeltijds loon overeenkomstig de tewerkstellingsbreuk om te rekenen naar een voltijds loon.
Voor werknemers van wie het basisloon wordt uitgedrukt als uurloon, wordt het referteloon bereikt door het uurloon te vermenigvuldigen met de voltijdse wekelijkse arbeidsduur voor de functie, vermenigvuldigd met 13 en gedeeld door 3.
Impact
Hoewel de wet vanaf 1 juni 2026 in werking treedt, zal de impact niet in alle sectoren onmiddellijk zichtbaar zijn. De maatregel speelt immers pas wanneer een effectieve loonindexering plaatsvindt. Afhankelijk van het indexeringsmechanisme binnen de sector kan dit al vanaf juni 2026 zijn, maar in sommige sectoren pas in de loop van 2027 (bijv. in PC 200).
In juni 2026 was deze centenindex merkbaar in onder meer PC 102.xx (arbeiders in de groevensector), PC 106.01 (arbeiders cementfabrieken), PC 211 (arbeiders in petroleumnijverheid en -handel), PC 314 (werknemers kappersbedrijf en schoonheidszorgen), PC 321 (werknemers groothandel en verdeling geneesmiddelen) en PC 326 (werknemers gas- en elektriciteitsbedrijven).
In juli 2026 zijn Paritaire Comités zoals de Bouw (PC 124), de Metaal (111) en Hout en Stoffering (126) aan de beurt.
Voor de bouw zal de centenindex een rol spelen voor de arbeiders die meer dan 23,0769 EUR/uur verdienen : zij zullen de indexering op 1 juli 2026 (+1,10%) niet volledig krijgen. Het gaat hierbij vooral om de ploegbazen en meestergasten die de indexering afgetopt zullen zien. Over de precieze berekening van de centenindex voor de bouwvakarbeiders met hogere uurlonen, is er momenteel nog wel geen akkoord tussen de werkgeversorganisaties en de vakbonden, en zullen wij de nieuwe bedragen pas kunnen communiceren als het Paritair Comité hierover beslist heeft. We komen er dan uiteraard op terug.
2. Bijkomende RSZ-bijdrage voor werkgevers
Tegenover de beperking van de index staat dat de werkgever een bijzondere bijdrage aan de RSZ zal moeten storten gelijk aan de helft van de opbrengst van de loonmatiging.
De berekening gebeurt volgens wettelijke formules en zal in verschillende fases en vormen automatisch worden verwerkt:
- Een bijzondere loonmatigingsbijdrage, tijdens de eerste en de tweede matigingsperiode;
- Een voorlopige geconsolideerde loonmatigingsbijdrage, zodra het matigingseffect van 2% de eerste maal bereikt is;
- Een definitieve geconsolideerde loonmatigingsbijdrage, zodra het matigingseffect van 2% een tweede maal bereikt is.
De bijzondere loonmatigingsbijdrage wordt door de RSZ samen met de bijdragen voor het betreffende kwartaal geïnd.
Bijkomend : Impact op sociale uitkeringen en pensioenen
De centenindex heeft niet alleen gevolgen voor lonen, maar ook voor bepaalde sociale uitkeringen en pensioenen.
Voor sociale uitkeringen geldt een grens van € 2.000 bruto.
Ook deze beperking zal tweemaal worden toegepast:
- bij de eerste indexering na 1 juni 2026;
- bij de eerste indexering na 31 december 2027.
Bron: Programmawet van 30 mei 2026, BS 1 juni 2026.



