Sick Pixabay Woman 698964 1920 02 02 2026

Gepubliceerd op 02/02/2026

Sinds 1 januari 2026 zijn drie ingrijpende wijzigingen in werking getreden met betrekking tot het gewaarborgd loon. Deze hervormingen hebben een rechtstreekse impact op het loonbeleid, de ziekteopvolging en mogelijk ook het arbeidsreglement. We zetten de belangrijkste aandachtspunten voor HR op een rij.

1. Verlenging van de hervaltermijn

De termijn waarna een werknemer opnieuw recht heeft op gewaarborgd loon bij herval van arbeidsongeschiktheid, is aanzienlijk verlengd. Waar deze termijn vroeger 14 dagen bedroeg, is zij sinds 1 januari 2026 opgetrokken naar 8 weken, en dit zowel voor arbeiders als bedienden.

Concreet betekent dit dat wanneer een werknemer binnen een periode van 8 weken opnieuw arbeidsongeschikt wordt, de werkgever geen nieuw gewaarborgd loon verschuldigd is. Hierop bestaan twee uitzonderingen:

  • wanneer het saldo van het gewaarborgd loon uit de vorige periode nog niet volledig is opgebruikt;
  • wanneer de werknemer met een geneeskundig attest kan aantonen dat het om een andere ziekte of een ander ongeval gaat.

Deze maatregel is enkel van toepassing op arbeidsongeschiktheden die zich vanaf 1 januari 2026 voordoen. Lopende periodes van gewaarborgd loon worden dus niet beïnvloed.
Aandachtspunt voor HR: deze wijziging kan een aanpassing van het arbeidsreglement vereisen.

2. Herval tijdens een progressieve werkhervatting

Ook de regels rond herval tijdens een progressieve werkhervatting zijn gewijzigd. Tot eind 2025 gold het volgende:

  • tijdens de eerste 20 weken van een progressieve werkhervatting viel een werknemer bij ziekte of ongeval terug op een uitkering van het ziekenfonds;
  • vanaf de 20ste week had de werknemer opnieuw recht op gewaarborgd loon ten laste van de werkgever, pro rata de prestaties.

Sinds 1 januari 2026 geldt een eenvoudiger maar ingrijpender regel: een werknemer in progressieve werkhervatting zal altijd terugvallen op een uitkering van het ziekenfonds bij herval. De werkgever is in dat geval geen gewaarborgd loon meer verschuldigd, ongeacht het moment van herval.

Ook hier geldt dat de nieuwe regeling enkel van toepassing is op arbeidsongeschiktheden die zich voordoen vanaf 1 januari 2026. Reeds lopende periodes van gewaarborgd loon worden niet onderbroken.

3. Nieuwe solidariteitsbijdrage voor werkgevers met minstens 50 werknemers

Werkgevers die gemiddeld 50 of meer werknemers tewerkstellen, kunnen sinds 1 januari 2026 geconfronteerd worden met een nieuwe solidariteitsbijdrage bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Vanaf de 31ste dag van primaire arbeidsongeschiktheid kan een trimestriële bijdrage verschuldigd zijn. Deze bedraagt 30% van het totaal van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, berekend over een periode van twee maanden, te rekenen vanaf die 31ste dag.

De bijdrage wordt:

  • berekend en geïnd door de RSZ;
  • gefactureerd via een debetbericht, samen met de RSZ-bijdragen van het derde kwartaal volgend op het kwartaal waarin de arbeidsongeschiktheid is gestart.

De regeling is van toepassing op meerderjarige werknemers die:

  • bij de start van hun primaire arbeidsongeschiktheid jonger zijn dan 55 jaar, én
  • meer dan 30 dagen als arbeidsongeschikt erkend zijn.

In afwijking van deze algemene regel kunnen werkgevers onder bepaalde voorwaarden genieten van een vrijstelling.

Meer nieuws