Build Bepart64 Concrete Blocks 6582297 1280 03032026

Gepubliceerd op 03/03/2026

Het was de grote belofte voor het voorjaar van 2026: de definitieve uitrol van flexi-jobs naar nagenoeg alle sectoren, inclusief de bouw (PC 124) en de bedienden van de bouw (PC 200). Helaas blijkt de praktijk weerbarstiger dan de politieke ambitie. Terwijl onze werkgevers snakken naar extra handen, laat de federale overheid weten dat de streefdatum van 1 april niet wordt gehaald.

Hieronder lees je wat de huidige stand van zaken is, wat het sectoraal akkoord voor de bouw precies inhoudt en wat dit uitstel betekent voor jouw personeelsplanning.

Het uitstel: waarom we nog even moeten wachten?

Hoewel de regering-De Wever de uitbreiding van de flexi-jobs als een speerpunt van het zomerakkoord zag, heeft minister van Werk David Clarinval (MR) op 6 februari 2026 bevestigd dat de startdatum van 1 april definitief van de baan is.

  • De oorzaak: de verplichte overleg- en adviesprocedures bij de vakbonden duren langer dan verwacht.
  • Nieuwe timing: de minister mikt nu op een stemming "voor de zomer" – lees: vanaf 1 juli 2026, als alles goed gaat.
  • Onzekerheid: voor veel bouwbedrijven die hun planning voor de drukke voorjaarsmaanden al hadden afgestemd op extra flexi-krachten, zorgt dit voor de nodige kopzorgen.

Wat betekent dit voor onze bouwsector?

Ondanks het federale uitstel hebben de sociale partners binnen de bouw, waaronder Embuild, niet stilgezeten. In het recent goedgekeurde sectoraal akkoord 2025-2026 zijn al duidelijke krijtlijnen uitgezet voor onze bouwvakarbeiders. Zodra de wetgeving erdoor is, gelden specifieke regels om de veiligheid op de werf te garanderen.

  • Gepensioneerde bouwvakkers mogen flexi-jobs uitoefenen in alle functies. Hun ervaring is goud waard om de krapte op de bouwwerven op te vullen.
  • Andere flexi-jobbers worden enkel toegelaten in functies zonder basisveiligheidsopleiding, zoals bijvoorbeeld in de administratie, ateliers, magazijnen of logistieke functies.

Dit onderscheid is logisch in onze sector, gelet op het specifieke werk op de werf en de veiligheid die daarbij komt kijken.

Bedienden (APBC 200) zullen de algemene regeling volgen zodra deze er is.

Wat verandert er nog meer?

Naast de sectorale afspraken brengt de federale hervorming een aantal algemene wijzigingen met zich mee die de flexi-job zowel aantrekkelijker als iets duurder maken:

  • Hoger plafond: een niet gepensioneerde flexijobber mag voortaan tot € 18.000 per jaar (2026 geïndexeerd € 18.440) onbelast bijverdienen, waar dit voorheen € 12.000 was.
  • RSZ-bijdrage: de RSZ-bijdrage voor de werkgever bedraagt standaard 28% voor een flexijobber.
  • Minimumloon: je moet het sectorale minimumloon respecteren, wat betekent dat je volgens de beroepscategorie in de bouw minimaal aan de categorie I moet vergoeden.

Waarom de vraag zo groot blijft?

Ondanks de stijgende kosten blijft 86% van de ondernemers volgens onderzoek vragende partij voor flexi-jobs. Ook in de bouw is de nood hoog:

  • 70% wil flexi-jobbers inzetten voor piekmomenten.
  • 11% vindt simpelweg geen vaste medewerkers.
  • Het biedt een alternatief voor de 1/3de regel bij deeltijds werk, die in 2026 eveneens zou versoepeld worden naar een minimum van 3 uur per week.

De impact van het uitstel

Voor jou als werkgever betekent dit uitstel vooral dat je voor het komende voorjaar nog moet terugvallen op de klassieke statuten: vaste medewerkers, studenten of uitzendkrachten. De gehoopte injectie voor de bouwsector schuift dus een paar maanden op.

Zit jij met vragen over hoe je jouw personeelsplanning voor de komende maanden optimaal invult ondanks dit uitstel? Geef jouw vertrouwde ORBISS-dossierbeheerder een seintje: wij bekijken graag de opties samen met jou.

Meer nieuws