Nieuwe regels voor de re-integratie en langdurige arbeidsongeschiktheid

Gepubliceerd op 08/01/2026
Op 1 januari 2026 trad het koninklijk besluit van 17 december 2025 in werking dat de Codex over het welzijn op het werk wijzigt. Dit besluit wil de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers versterken en langdurige afwezigheid beter voorkomen. Hieronder lichten we de belangrijkste wijzigingen toe.
Meer aandacht voor preventie en contact
Een eerste belangrijke wijziging is dat werknemers voortaan zelf aanpassingen van het werk kunnen vragen om te voorkomen dat zij arbeidsongeschikt worden. Daarnaast wordt het onderhouden van contact tijdens arbeidsongeschiktheid expliciet verplicht voor werkgevers. Hiervoor moet een duidelijke procedure worden uitgewerkt en opgenomen in het arbeidsreglement.
ORBISS heeft voor deze nieuwe verplichte vermelding in het arbeidsreglement een addendum opgemaakt en zal deze ook volgende week aan haar klanten bezorgen. Begeleid met een stappenplan met de procedure en documenten om het correct in te voeren binnen je onderneming.
Na één maand arbeidsongeschiktheid blijft de verplichte informatie over re-integratiemogelijkheden bestaan, maar krijgt de arbeidsarts ook de mogelijkheid om de werknemer actief uit te nodigen voor een gesprek.
Betere samenwerking tussen artsen
De uitwisseling van medische informatie met het oog op een terugkeer naar het werk verloopt voortaan via het TRIO-platform. Dit platform zorgt voor een gestructureerde communicatie tussen de arbeidsarts, de behandelend arts en de adviserend arts van het ziekenfonds.
Uitgebreidere rol voor de werkgever
Ook het zogenaamde informele traject wordt uitgebreid: niet alleen de werknemer, maar nu ook de werkgever kan een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting aanvragen bij de arbeidsarts.
Daarnaast wordt een nieuw begrip geïntroduceerd: arbeidspotentieel. Na elke arbeidsongeschiktheid van minstens acht weken moet de werkgever het arbeidspotentieel van de werknemer laten inschatten door de arbeidsarts of verpleegkundig personeel, volgens een gestandaardiseerde aanpak.
Aangescherpte regels voor het re-integratietraject
Het re-integratietraject kan voortaan:
- al starten vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheid, mits toestemming van de werknemer;
- of vanaf acht weken arbeidsongeschiktheid, wanneer er arbeidspotentieel is.
Voor werkgevers met 20 of meer werknemers wordt dit zelfs verplicht: zij moeten binnen zes maanden na de start van de arbeidsongeschiktheid een re-integratietraject opstarten als de werknemer arbeidspotentieel heeft.
Ook de procedure wordt strenger. Uitnodigingen van de arbeidsarts voor een re-integratieonderzoek moeten per aangetekende zending gebeuren. Gaat de werknemer niet in op deze uitnodigingen, dan wordt de adviserend arts van het ziekenfonds verwittigd, wat mogelijk kan leiden tot sancties binnen de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Wanneer een werknemer definitief ongeschikt wordt verklaard voor het overeengekomen werk en er bij de werkgever geen aangepast of ander werk mogelijk is, volgt een doorverwijzing naar de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten.
Snellere procedure bij medische overmacht en aandacht voor flexibiliteit
De wachttijd om een bijzondere procedure medische overmacht op te starten, wordt verkort van negen naar zes maanden arbeidsongeschiktheid.
Tot slot krijgt ook het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) een ruimere rol: het kan voortaan binnen zijn takenpakket ook advies geven over flexibele arbeidsregelingen binnen het bedrijf.
Bron: K.B. van 17 december 2025 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk wat de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid betreft, B.S. van 30/12/2025;
Wet van 19 december 2025 tot uitvoering van een versterkt terug naar werk-beleid in geval van arbeidsongeschiktheid, B.S. van 30/12/2025 en website van FOD WASO



