Stage

Gepubliceerd op 02/02/2026

De individuele beroepsopleiding (IBO) is een populair instrument om niet-werkende werkzoekenden op te leiden op de werkvloer, met het oog op duurzame tewerkstelling. De opleiding wordt georganiseerd of erkend door de VDAB en vindt plaats in een Vlaamse of Brusselse vestigingseenheid van een onderneming, vzw of administratieve overheid. Sinds dit jaar kent de IBO een hervorming, we overlopen in dit artikel de verschillende punten.

Een IBO kan worden ingezet voor:

  • Het aanleren van een vak, beroep of functie.
  • Bijscholing of omscholing.
  • Het verwerven van noodzakelijke basisvaardigheden.
  • Het actualiseren of uitbreiden van vakkennis in functie van de job.

De duurtijd van een IBO bedraagt minstens 4 en maximaal 26 weken, vastgelegd door de VDAB. De opleiding gebeurt minstens halftijds, met een minimum van 17,5 uur per week.

Na afloop van de IBO is de werkgever verplicht om de cursist aan te werven met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Een overeenkomst van bepaalde duur is enkel mogelijk wanneer de werkgever aan de VDAB kan aantonen dat dit aansluit bij het gebruikelijke aanwervingsbeleid. De arbeidsovereenkomst moet bovendien minstens even lang duren als de IBO.

Op 12 januari 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad een besluit dat de IBO-regeling grondig hervormt. Hieronder lichten we de wijzigingen toe.

1. IBO-premie: betaling verschuift naar de werkgever

Tot en met 31 december 2025

Tot eind 2025 betaalde de werkgever een maandelijks forfait aan de VDAB, afhankelijk van de loonschaal. De VDAB keerde vervolgens de IBO-premie uit aan de cursist.

Sinds 1 januari 2026

Sinds 2026 ontvangt de werkgever van de VDAB het bedrag van de IBO-premie voor een voltijdse maand. De werkgever:

  • herleidt dit bedrag in functie van de effectieve prestaties;
  • betaalt de IBO-premie rechtstreeks aan de cursist.


Berekening van de IBO-premie

In een voltijdse regeling wordt de IBO-premie berekend volgens de volgende formule:

((brutoloon na aanwerving – RSZ-werknemersbijdrage) – vervangingsinkomen) × percentage

Belangrijke aandachtspunten:

  • het brutoloon na aanwerving ligt vast bij de start van de IBO en blijft ongewijzigd gedurende de volledige opleiding;
  • het percentage wordt vóór de start gekozen door de werkgever (70%, 80%, 90% of 100%) in functie van de opleidingsbehoefte en blijft eveneens ongewijzigd;
  • onder vervangingsinkomen wordt verstaan:
    • Het maandbedrag van het vervangingsinkomen,
    • Het dagbedrag × 26.


Dagen waarvoor de premie verschuldigd is

De IBO-premie is verschuldigd voor:

  • elke aanwezigheidsdag van de cursist;
  • feestdagen, die worden gelijkgesteld met aanwezigheidsdagen.

Bij een arbeidsongeval of arbeidswegongeval behoudt de cursist gedurende de eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid het recht op de IBO-premie. Wordt de IBO binnen deze periode voortijdig beëindigd, dan is de premie enkel verschuldigd tot het einde van de IBO.


Praktische verplichtingen voor de werkgever

De IBO-werkgever:

  • houdt bedrijfsvoorheffing in op de IBO-premie;
  • betaalt de premie maandelijks, uiterlijk op de 7de dag van de maand volgend op de prestaties;
  • is een verplaatsingsvergoeding verschuldigd onder dezelfde voorwaarden als voor werknemers.


2. Flexibelere regels voor voortijdige beëindiging

De regelgeving rond voortijdige beëindiging is aanzienlijk uitgebreid.

Tot 14 dagen na de start

Tot 14 dagen na de start van de IBO kunnen alle partijen (werkgever, cursist of VDAB), mits schriftelijke en gemotiveerde vraag, de opleiding beëindigen zonder nadelige gevolgen. Hiervoor is wel het akkoord van de VDAB vereist.

Na de eerste 14 dagen

Na deze periode kan elke partij nog steeds een schriftelijke en gemotiveerde beëindigingsvraag indienen bij de VDAB. De VDAB beschikt dan over 3 werkdagen om te bemiddelen en een voortijdige beëindiging te vermijden. De aanvraag moet minstens 14 dagen vóór het voorziene einde van de IBO worden ingediend.


Beëindiging zonder overleg of akkoord

Indien de werkgever:

  • de IBO eenzijdig beëindigt zonder overleg met de VDAB;
  • geen akkoord krijgt van de VDAB;
  • of de beëindiging te wijten is aan een foutieve houding van de werkgever,

dan is een schadevergoeding verschuldigd.

Deze vergoeding bestaat uit:

  • alle IBO-premies voor het resterende opleidingsgedeelte;
  • het fictief loon voor een periode gelijk aan de duur van de opleiding (inclusief onderbrekingen en verlengingen).


3. Niet-naleving van de tewerkstellingsverbintenis

Wanneer de werkgever de verplichte tewerkstelling na afloop van de IBO niet naleeft, blijft hij een schadevergoeding verschuldigd. Deze stemt overeen met het fictief loon voor een periode gelijk aan de duur van de opleiding, inclusief onderbrekingen en verlengingen.

Deze sanctie geldt onverminderd de bepalingen van het arbeidsrecht.

4. IBO-plus: beperktere doelgroep

De IBO-plus wordt sinds 2026 beperkt tot:

  • niet-werkende werkzoekenden met een (indicatie van) arbeidsbeperking;
  • personen ten laste van het RIZIV die actief stappen zetten richting tewerkstelling;
  • gedetineerden of niet-werkende werkzoekenden in beperkte detentie, elektronisch toezicht of (voorlopige of voorwaardelijke) invrijheidsstelling.

In tegenstelling tot de gewone IBO:

  • blijft de IBO-plus-premie door de VDAB betaald;
  • bedraagt het percentage voor de berekening altijd 70%.


5. Inwerkingtreding

De nieuwe regels zijn van toepassing sinds 1 januari 2026. IBO’s die zijn gestart vóór die datum, blijven verder lopen onder de regelgeving die gold op 31 december 2025.

Meer nieuws