Pexels Icsa 1709003

Binnen een bouwonderneming is de vorming en opleiding van werknemers van essentieel belang. Niet enkel om te voldoen aan strengere overheidsdoelstellingen hieromtrent maar ook om concurrentieel te blijven en de bouwvakarbeiders te laten werken op de meest veilige manier. In de CAO voor het paritair comité van het bouwbedrijf (PC 124) is er een uitwerking gemaakt van het groeipad voor het opleidingsrecht voor de werknemer zoals bepaald in de Arbeidsdeal. Daarnaast is er ook een sectorale tussenkomst voor korte opleidingen voorzien en een sectorale tussenkomst bij outplacement mogelijk gemaakt voor het stelsel van outplacement bij een ontslag met minstens 30 weken opzeg.

Groeipad opleidingen

Het groeipad van de opleidingen, zoals bepaald in overeenstemming met de Arbeidsdeal, wordt maximaal ingevuld met weekdagopleidingen. Deze materie wordt opgevolgd door het beheerscomité Building on People (BOP) van Constructiv.

Doordat er een sectorale invulling is gebeurd mag men afwijken van de algemene verplichting tot het recht van 4 opleidingsdagen voor het jaar 2023 en 5 voor 2024. Dit is via CAO mogelijk zo lang er een verhoging is gepland tot het huidig opleidingsrecht. In uitvoering dus van artikel 53 van de wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen wordt voor de werkgevers met minstens 20 werknemers het individueel opleidingsrecht en het groeipad als volgt geconcretiseerd:

  • Voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025: 2,5 dagen
  • Vanaf 1 januari 2026: 3 dagen
  • Vanaf 1 januari 2027: 3,5 dagen
  • Vanaf 1 januari 2028: 4 dagen
  • Vanaf 1 januari 2029: 4,5 dagen
  • Vanaf 1 januari 2030: 5 dagen

Er is dus telkenmale een verhoging voorzien van een halve dag opleidingsrecht, de eerste keer voor drie jaar en vanaf 2026 jaarlijks, zodoende komt men in 2030 tot de verplichte doelstelling van 5 opleidingsdagen. Voor werknemers die niet voltijds worden tewerkgesteld en/of die niet door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden gedurende het ganse kalenderjaar, wordt het recht op opleiding vastgesteld overeenkomstig de wet van 3 oktober 2022. Meer bepaald op basis van de volgende formule: A x B x C waar:

  • "A" overeenkomt met het aantal in de schoot van de onderneming toegekende opleidingsdagen voor een voltijds tewerkgestelde werknemer;
  • "B" overeenkomt met het arbeidsregime van de werknemer in verhouding tot een voltijds arbeidsregime;
  • "C" overeenkomt met het aantal maanden gedeeld door twaalf, gedurende dewelke de werknemer werd tewerkgesteld in de schoot van de onderneming.

Elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledig gepresteerde maand.

Voor de invulling van deze opleidingsdagen wordt verstaan onder:

  • Formele opleiding: door lesgevers of sprekers ontwikkelde cursussen en stages. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van organisatie van de opleider of opleidingsinstelling. Ze gaan door op een plaats die duidelijk van de werkplek gescheiden is. Ze richten zich tot een groep cursisten. Die opleidingen kunnen ontwikkeld en beheerd worden door de onderneming zelf of door een externe instelling.
  • Informele opleiding: de opleidingsactiviteiten, andere dan deze bedoeld onder de formele opleiding, die rechtstreeks betrekking hebben op het werk. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van zelforganisatie door de individuele leerling of door een groep leerlingen met betrekking tot de tijd, de plaats en de inhoud, een inhoud die gekozen wordt volgens de individuele behoeften van de cursist op de werkplek, en met een rechtstreeks verband met het werk en de werkplek, met inbegrip van
  • deelname aan conferenties of beurzen voor leerdoeleinden.

Korte opleidingen

Een sectorale tussenkomst wordt eveneens voorzien voor opleidingen van minimum 8 uur in totaal die door specifieke omstandigheden niet op één dag kunnen gegeven worden. De minimale duur van elk opleidingsmoment is 2 uur, dus een mogelijkheid tot een spreiding van de opleiding over vier momenten.

Het beheerscomité BOP werkt de praktische modaliteiten uit om de korte opleidingen te faciliteren.

Verlenging cao’s opleiding

De verlenging van de bestaande cao’s inzake opleiding tot 31 december 2024. Het luik concretisering individueel opleidingsrecht Arbeidsdeal dient voor onbepaalde duur afgesloten worden.

Outplacement

Verlenging van de sectorale regeling outplacement tot 30 juni 2025. en een uitbreiding van de sectorale tussenkomst tot het outplacementaanbod bij ontslag met een opzegtermijn of compenserende opzegvergoeding van 30 weken of meer. In geval de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt met een opzegvergoeding van 30 weken of meer, is er geen tussenkomst van Constructiv.

Het recht op sollicitatieverlof blijft van toepassing conform de bepalingen van artikel 41 van de Arbeidsovereenkomstenwet en artikel 11/6 van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers.

Bron: CAO van 26 juni 2023 paritair comité 124 voor het bouwbedrijf - Organisatie van opleidings- en tewerkstellingsstelsels

Meer nieuws