Prijsstijgingen door de oorlog in het Midden-Oosten

Gepubliceerd op 04/06/2026
Hoe een correcte melding doen onder artikel 38/9 AUR
Sinds de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten worden aannemers opnieuw geconfronteerd met sterke prijsstijgingen van materialen, energie en transport, en met verstoringen in de bevoorrading. In lopende overheidsopdrachten proberen aannemers die impact terecht te capteren via een melding op basis van artikel 38/9 AUR. In de praktijk zien we echter steeds vaker dat aanbesteders zulke meldingen afwijzen met het argument dat “de voorwaarden van artikel 38/9 AUR niet vervuld zijn”. Dat betekent niet noodzakelijk dat artikel 38/9 AUR niet toepasbaar is. Vaker wijst het erop dat de melding inhoudelijk onvoldoende scherp is opgebouwd. Dit artikel wil daarom een praktische gids zijn voor aannemers: hoe moet een melding eruitzien, waar kijken aanbesteders vandaag naar, en hoe vermijd je de klassieke valkuilen?
1. Het juridische vertrekpunt: wat wil artikel 38/9 AUR beschermen?
Artikel 38/9 AUR is geen automatisme en ook geen alternatief voor een prijsherzieningsformule. Het is een uitzonderlijk correctiemechanisme dat ingrijpt wanneer onvoorzienbare omstandigheden de uitvoering van een overheidsopdracht buitensporig verzwaren.
De kernvoorwaarden zijn bekend maar verdienen herhaling. De omstandigheden moeten onvoorzienbaar zijn op het moment van indiening van de offerte, ze moeten hun oorsprong vinden buiten de wil van de aannemer en ze mogen niet vermijdbaar zijn met redelijke maatregelen. Bovendien moet de impact voldoende ernstig zijn: het moet gaan om een reële verstoring van het contractueel evenwicht, geen gewone ondernemersfluctuatie. Tot slot geldt een strikte meldingsplicht binnen de dertig dagen na kennisname van de feiten.
Wie artikel 38/9 AUR inroept, moet deze voorwaarden niet abstract onderschrijven, maar concreet aantonen. Daar wringt vandaag vaak het schoentje.
2. Begin bij de macro‑economische realiteit
Een correcte melding start niet bij de context. De oorlog in het Midden-Oosten is geen loutere prijsstijging, maar een geopolitieke gebeurtenis met een brede impact op energievoorziening, grondstoffenmarkten en logistieke ketens. Dat kader schetsen is essentieel om het onvoorzienbare en externe karakter van de omstandigheden te onderbouwen.
Te vaak beperken meldingen zich tot de vaststelling dat prijzen stijgen. Dat is onvoldoende. Prijsfluctuaties behoren in zekere mate tot het normale bedrijfsrisico. Artikel 38/9 AUR viseert precies die uitzonderlijke verstoringen die buiten dat normale patroon vallen. Een beknopte maar duidelijke macro‑economische toelichting vormt de juridische onderbouw van het dossier.
3. Koppel die context aan de concrete werf
Na de algemene context volgt de kern van de melding: de vertaling naar de betrokken opdracht. Aanbesteders zijn hier bijzonder kritisch. Een algemene brief die losstaat van de concrete werf is dan ook kwetsbaar.
De melding moet duidelijk maken welke materialen op deze specifieke werf worden gebruikt en hoe precies de geopolitieke context daarop doorwerkt. Het volstaat niet te verwijzen naar “stijgende materiaalprijzen”. Men moet tonen welke materialen relevant zijn voor de uitvoering van de opdracht en hoe hun kostprijs sindsdien is geëvolueerd.
Dit is het verschil tussen een algemene signalering en een juridisch bruikbare melding. Wie deze koppeling niet expliciet maakt, loopt het risico dat de aanbestedende overheid de melding afdoet als te vaag of te abstract.
4. Bewijsvoering bij prijsstijgingen: gefaseerd, maar onmisbaar
Artikel 38/9 AUR veronderstelt een tweestapsbenadering. In de eerste fase, de melding zelf. Daar hoeft de aannemer nog geen volledige schadebegroting voor te leggen. Het is perfect aanvaardbaar dat de impact op dat moment slechts voorlopig of ruw kan worden ingeschat. De melding dient in de eerste plaats om de termijn te respecteren en het voorbehoud te maken.
Dat neemt niet weg dat in een tweede fase objectieve bewijzen en berekeningen moeten volgen. Leveranciersbrieven, offertes, facturen en indexgegevens zijn geen formaliteit, maar de ruggengraat van het dossier. Zonder bewijs blijft artikel 38/9 AUR dode letter.
5. De prijsherzieningsformule: vergelijken, niet uitsluiten
Een vaak terugkerend argument bij aanbesteders is dat de prijsherzieningsformule reeds alle prijsstijgingen zou opvangen, waardoor een beroep op artikel 38/9 AUR uitgesloten is. Dat argument houdt juridisch geen stand.
De prijsherzieningsformule corrigeert voor normale en voorzienbare evoluties. Artikel 38/9 AUR blijft net relevant wanneer die formule, ondanks correcte toepassing, onvoldoende compensatie biedt. Daarom is een vergelijking cruciaal: wat is de herrekende contractprijs na toepassing van de formule, en hoe verhoudt die zich tot de werkelijke kostprijs? Het verschil tussen beide vormt de basis van een eventuele vergoeding.
Zonder die vergelijking kan de aanbestedende overheid noch bevestigen, noch ontkennen dat artikel 38/9 AUR van toepassing is.
6. De drempel van significante schade
Artikel 38/9 AUR vereist meer dan een beperkte tegenvaller. In de praktijk wordt vaak gewerkt met een drempel van ongeveer 2,5% van het opdrachtbedrag om te spreken van een relevante verstoring. Die drempel is geen afzonderlijk criterium, maar het resultaat van de financiële analyse. Wie zijn berekeningen zorgvuldig maakt, komt hier vanzelf uit.
7. Een belangrijke grens: offertes na 28 februari
Tot slot een aandachtspunt dat steeds belangrijker wordt. Voor opdrachten waarvan de offerte werd ingediend na 28 februari, is kans klein dat de oorlog in het Midden-Oosten nog een onvoorzienbare gebeurtenis is. In dergelijke dossiers wordt het juridisch bijzonder moeilijk, en soms onmogelijk, om het criterium van onvoorzienbaarheid te vervullen. Aannemers moeten daar rekening mee houden bij hun risicoanalyse en prijszetting.
8. Besluit
De huidige discussies tonen aan dat artikel 38/9 AUR geen theoretisch instrument is, maar een mechanisme dat zorgvuldigheid vraagt langs beide zijden. Aannemers moeten hun meldingen concreet, werfgebonden en onderbouwd maken. Aanbesteders moeten die meldingen beoordelen op basis van feiten en berekeningen, niet op basis van abstracte uitsluitingen of interne beleidsreflexen.
Leden van Embuild Antwerpen kunnen hun melding laten nalezen en beschikken over schema’s, modelbrieven en opleidingen om hun dossier juridisch correct op te bouwen. Dat is geen overbodige luxe in een context waarin uitzonderlijke omstandigheden steeds vaker realiteit worden.



