Vergoedingen voor verplaatsingen in de bouwsector vanaf 2026

In verschillende sectoren worden de tussenkomsten voor woon-werkverkeer berekend op basis van sectorale tabellen. Dat is ook zo in de bouwsector.
Voor arbeiders onder PC 124 stijgt de vergoeding voor verplaatsingskosten vanaf februari. De mobiliteitsvergoedingen blijven ongewijzigd.
Dit is een goed moment om nog eens helder op een rij te zetten welke vergoedingen jij moet toepassen — zowel voor arbeiders als voor bedienden.
Bouwarbeiders – Paritair Comité 124 (PC 124)
Een bouwarbeider (PC 124) heeft vaak recht hebben op twee soorten vergoedingen voor zijn woon-werkverkeer:
- Mobiliteitsvergoeding
- Vergoeding voor verplaatsingskosten
Het verschil is belangrijk — en in de praktijk lopen ze vaak door elkaar.
1. Mobiliteitsvergoeding
De mobiliteitsvergoeding wordt berekend op basis van het totaal aantal werkelijk afgelegde kilometers per dag.
- Is de totale afstand minder dan 10 km per dag? Dan ben je in principe geen mobiliteitsvergoeding verschuldigd.
- Het maakt niet uit of je arbeider met eigen vervoer rijdt of met een voertuig van de onderneming.
- Voor treinverplaatsingen geldt een apart bedrag van € 0,0870 per km (zoals vermeld op de treinkaart via NMBS).
Verhoogde mobiliteitsvergoeding bij bedrijfswagen naar de werf
Gaan je arbeiders met een bedrijfsvoertuig naar de werf? Dan gelden onder bepaalde voorwaarden verhoogde bedragen:
- Chauffeur met passagiers € 0,1579 per km ➝ Geldig vanaf de eerste kilometer, ook als de totale dagafstand minder dan 10 km bedraagt.
- Chauffeur zonder passagiers Tussen € 0,1000 en € 0,1261 per km (afhankelijk van de afstand).
- Passagier Tussen € 0,0619 en € 0,0868 per km (afhankelijk van de afstand).
Let op: deze bedragen verschillen naargelang de afstand.
2. Vergoeding voor verplaatsingskosten
Staat je arbeider zelf in voor (een deel van) zijn woon-werkverplaatsing? Dan moet je daarnaast ook een vergoeding voor verplaatsingskosten betalen.
Deze wordt berekend op basis van het aantal kilometers per dag en het gebruikte vervoermiddel.
Er zijn twee tabellen:
- Tabel A → trein
- Tabel B → andere vervoermiddelen (wagen, motor, enz.)
Belangrijke verschillen:
- Voor de trein wordt gekeken naar de kilometers van één enkel traject (zoals vermeld op de treinkaart).
- Voor andere vervoermiddelen tel je de werkelijk afgelegde kilometers heen en terug.
- De bedragen in de tabellen zijn weekbedragen. Je deelt ze dus door 5 om het dagbedrag te kennen.
Combinatie van vervoermiddelen?
Combineert je arbeider bijvoorbeeld trein en wagen op één dag?
Dan moet je de berekening opsplitsen:
- Deel volgens Tabel A (trein)
- Deel volgens Tabel B (andere vervoermiddelen)
Voor de mobiliteitsvergoeding mag je de kilometers wel optellen per dag.
Fietsvergoeding voor arbeiders
Komt je arbeider met de fiets (volledig of gedeeltelijk)? Dan heeft hij recht op een kilometervergoeding.
- Geen minimumafstand vereist.
- Er wordt verwacht dat hij het kortste traject neemt.
- Voor dat traject betaal je geen mobiliteitsvergoeding, enkel fietsvergoeding.
Bedragen:
- Sinds 1 januari 2026: € 0,30 per km
- Vanaf 1 oktober 2026: € 0,32 per km
Praktisch: hoe bereken je dit correct?
De combinatie van mobiliteitsvergoeding, verplaatsingskosten, tabellen, kilometergrenzen en indexeringen maakt het niet altijd eenvoudig.
Via een Excel rekenblad dat je kan bekomen op de website van het ORBISS, kunnen de verschuldigde vergoedingen voor de bouwarbeiders berekend worden. Je vindt hier de link.
Administratieve verplichtingen als werkgever
Als bouwonderneming heb je ook enkele bijkomende verplichtingen:
- Je moet maandelijks een gedetailleerd overzicht bezorgen met de dagelijkse berekening van de mobiliteitsvergoeding. (Tenzij je hierover een akkoord hebt met de syndicale afvaardiging of individueel met de arbeider.)
- Een arbeider die op jaarbasis (jan–dec) 28.500 km of meer mobiliteitsvergoeding ontvangt, heeft recht op een mobiliteitsdag.
- Je moet, in overleg met de syndicale afvaardiging (of de arbeiders), een mobiliteitsplan opstellen voor woon-werk- en werfverplaatsingen.
Bedienden in de bouw – APCB 200
Je bedienden vallen onder Aanvullend Paritair Comité voor Bedienden (PC 200).
Voor hen geldt:
- Geen mobiliteitsvergoeding
- Wel een mogelijke tussenkomst in woon-werkverkeer
Openbaar vervoer
Komt je bediende met het openbaar vervoer?
Dan ben je verplicht tussen te komen in de reiskosten.
Eigen vervoer
Rijdt je bediende met de eigen wagen?
Dan is er enkel recht op een vergoeding als het bruto jaarloon (vanaf 1 januari 2026) maximaal € 36.688 bedraagt.
Fietsvergoeding voor bedienden
Gebruikt je bediende regelmatig de fiets?
- Vanaf 1 juli 2024: € 0,27 per km Max. € 10,80 per arbeidsdag
- Vanaf 1 oktober 2026: € 0,32 per km Max. € 12,80 per arbeidsdag
Hogere fietsvergoeding mogelijk
Je mag als werkgever ook kiezen om een hogere fietsvergoeding toe te kennen — zowel voor arbeiders als bedienden.
Blijf je onder € 0,37 per km, dan blijft die vergoeding vrij van RSZ en belastingen.
Voor inkomstenjaar 2026 geldt een fiscaal vrijgesteld jaarplafond van € 3.690.
Whitepaper werkgeverstegemoetkomingen in de reiskosten van bouwvakarbeiders en bedienden
Wil je alles overzichtelijk met voorbeelden en tabellen? Dan kan je de white paper van ORBISS over werkgeverstegemoetkomingen in de reiskosten gratis aanvragen: White paper werkgeverstegemoetkomingen in de reiskosten van bouwvakarbeiders en bedienden.



